TRAVEL | Manaslu en Tsum Valley trekking 2/5: Eerste weekje

Nietsvermoedend ben ik aan het werk wanneer er ineens drie blije mensen voor mijn neus staan. Daar zijn ze: Jan-Pieter, Jacobyn en Maurice. Hoewel ze elkaar niet kennen, hebben ze elkaar al weten te vinden. Leuk! Na een portie momo’s, het vervullen van de nodige formaliteiten en het noodzakelijke shoppingrondje, liggen we vroeg op één oor. Morgenvroeg komt Deep, de gids, ons om 05.45 uur halen. Manaslu here we come!

Dag 1 – 14 december: Kathmandu naar Soti Khola (700m)

Vroeg in de morgen staat Deep voor de deur. Een mini-van brengt ons naar het busstation. Daar vertrekt de bus naar Soti Khola, het startpunt van de trekking. De eerste uren rijden we over de verharde weg van KTM naar Pokhara. Wanneer we deze verlaten, rijden we door een subtropisch gebied waar bamboe-, papaja- en bananenbomen het landschap sieren. Niet lang daarna begint de hobbelige en stoffige rit. We zitten letterlijk met mondkapjes op in de bus. Na negen uur bereiken we Soti Khola, waar we ’s avonds naast de luid denderende Budhi Gandaki rivier in slaap vallen.

Bus Kathmandu naar Soti Khola
24 hour dal bhat power
Budhi Gandaki rivier, Soti Khola

Dag 2 – 15 december: Soti Khola naar Khorla Bensi (970m)

Vandaag begint de trekking écht. Het ontbijt staat om 07.00 uur klaar en een half uur later zijn we ready for take off. Omdat Jacobyn haar tas niet met de Turkish Airlines vlucht is meegekomen, is Harry Porter, achtergebleven in KTM. Wanneer de tas aankomt, brengt hij deze na. Tot die tijd draagt Santosh drie tassen. We voelen ons een beetje schuldig als we hem zien zwoegen. Maargoed, het is niet anders.

Snelweg naar Tibet

We lopen vlotter dan gepland en bereiken onze eerste lunchplek al om 10.30 uur. Dat betekent rustig aan doen en iets langer in het zonnetje blijven zitten. Niet verkeerd. Onderweg zien we van alles. Mannen met complete kippenhokken op hun rug, ezels bepakt met sigaretten, rijst en gasflessen maar ook wegwerkzaamheden. Er wordt een autoweg aangelegd door het Manaslu gebergte naar Tibet. Om de zoveel meter blazen ze stukken berg op. Binnen tien jaar moet de autoweg gereed zijn. Inmiddels zijn ze drie jaar bezig. We betwijfelen of ze het gaan redden.

Irritante kaartspelletjes

Na 19km bereiken we Khorla Bensi. Er is stromend water dus doen alvast een wasje omdat het kan. ‘s Avonds spelen we een kaartspelletje dat Deep ons leert. Toen hij het kaartspelletje voorstelde dacht ik nog, oh nee, we gaan toch hopelijk niet iedere dag irritante spelletjes spelen… Achteraf spelen we dit kaartspel praktisch iedere dag. Vrijwillig en met veel plezier. Zelfs nog in de kroeg in KTM. 😉 De luid denderende rivier is inmiddels iets minder hoorbaar doordat we hoger slapen. Dat betekent een goede nacht.

Ochtendmist in de bergen, Khorla Bensi
Wegwerkzaamheden onderweg
Rugzak met kippen

Dag 3 – 16 december: Khorla Bensi naar Jagat (1340m)

De teller registreert vandaag 19km. Aan het begin wandelen we vooral langs de rivier, later meer bergopwaarts. Leuk! Het is vaak wachten op bepakte ezels die net als wij naar boven moeten klimmen en klauteren. De paadjes zijn smal en steil. Aangezien de afgronden er niet om liegen, ben je genoodzaakt te wachten. Het is de ezel of jij. Geregeld schijnen er ezels in de rivier en afgrond te verdwijnen. Ik ben blij dat we dat niet zien.

Kleine dorpen, grote dorpen

We lunchen in Dobhan, een klein dorpje. Dorpjes bestaan over het algemeen uit één of een paar huisjes. Grotere dorpen kunnen zo’n 250 inwoners hebben. Vlak voor Jagat lopen we officieel de Manaslu Conservation Area in. We bevinden ons op 2km afstand van Barpok, het epicentrum van de aardbeving in 2015. In Jagat weer het vaste ritueel: koud wassen, thee drinken, kaartspelletjes spelen, eten, slapen.

Plekje bepalen

Overdag lopen we afwisselend naast elkaar en kletsen over koetjes en kalfjes. Een eerste indruk heb je snel maar écht kennen doen we elkaar natuurlijk nog niet. De eerste dagen moest iedereen zijn plekje bepalen. Dit lijkt nu wel gebeurd. JP is een sociaal dier en praat tegen alles en iedereen. Jacobyn is van nature vrij rustig maar Maurice was verdacht stil de eerste dagen. Achteraf vertelt hij dat hij dacht, waar ben ik in aan begonnen? Maar ja, er was geen weg meer terug haha.

Jan-Pieter op de hangbrug nabij Jagat
Lekker kipje, Jagat
Pakezels beklimmen de berg

Dag 4 – 17 december: Jagat naar Philim (1570m)

Vandaag een piece of cake day zoals Deep het noemt. We wandelen slechts 7.5km gradually flat (wederom op z’n Deeps). Turkish Airlines is Jacobyns backpack weer vergeten. We moeten dus nog een dag op haar tas wachten. Het wordt voor Harry Porter nu bijna onmogelijk ons nog in te halen. Daarnaast is het gewoon supervervelend voor Jacobyn om al vier dagen in dezelfde kleding te lopen en niet bij je spullen te kunnen. Met een kort loopdagje hopen we dit op te lossen.

Oliebollen in Nepal

Onderweg wandelen we door het dorpje Salari. Hier vindt een lokaal festival plaats. Er is een volleybaltoernooi gaande voor kinderen uit omgevende bergdorpen. Overal staan tenten met eten en drinken. Tot onze grote verbazing zien we een oliebollenkraam. En wat blijkt, ze smaken precies hetzelfde als thuis. Grappig om in december, in een afgelegen bergdorpje in de Himalaya, ouderwets oliebollen te kunnen eten.

24 hour dal bhat power

In Philim lunchen we buiten in het zonnetje. We kletsen met Deep over de Nepalese cultuur, kijken foute Amerikaanse women wrestling shows, lopen een rondje door het dorp en vullen onze buikjes met weer veel te veel dal bhat. Dal bhat is het nationale gerecht. Het bestaat uit linzensoep, curry, rijst, aardappelen, pickles en vaak nog wat groente (en soms yoghurt, maar dat is er in de bergen sowieso niet). Nepalezen eten dit elke middag en avond 365 dagen per jaar. Ontbijten doen ze met thee en koekjes.

Re-fill

Het grote voordeel van dal bhat is de onbeperkte en gratis re-fill. Vooral tijdens een trekking is dit ideaal. We hebben vaak berehonger en zijn onverzadigbaar. Jacobyn en ik zijn nog enigszins bescheiden maar als je ziet wat JP en Maurice eten. Daar schrik je van. Ik denk dat ze samen elke dag wel een pakezeltje wegwerken. Hoe dan ook, het is voedzaam en scheelt in je portemonnee. Ik snap die Nepalezen wel. Na drie maanden praktisch iedere dag dal bhat ben ik het ook nog niet zat.

Oliebollen in Salari
JP en Paula
Ezeltjes voeren

Dag 5 – 18 december: Philim naar  Chumling (2386m)

Na vijf dagen kunnen we al spreken van ochtendrituelen. Maurice en ik eten trouw ons havermoutpapje, gepimpt met cacaopoeder, kokosrasp en rozijntjes uit de voorraadkast van Maurice. Op de bordjes van Jan-Pieter en Jacobyn verschijnt de pannenkoek en/of het Tibetaanse brood met pindakaas. Jan-Pieter moet er altijd twee. Deze grote jongen kan niet leven op één pannenkoek.

Lange wandeldag

Er staat een flinke wandeling op het programma doordat we gister een korte dag hadden. Met resultaat overigens want Harry Porter bereikte gisteravond Philim met Jacobyn haar rugzak. Als een kind zo blij was ze. Meteen even kijken wat ze ook allemaal alweer in haar tas had gestopt haha.

Anyways… vandaag zijn er weinig dorpen onderweg. We kiezen onze stopplekken dus zorgvuldig. In de morgen lopen we weer langs de mooie blauwe bulderende rivier. Bergen lijken hoger en groter te worden en landschappen wijder. Het wordt eentonig, maar wel iedere dag mooier. Wanneer we van het hoofdpad afslaan om Tsum Valley in te lopen verandert het landschap. We wandelen ineens door een veel bosrijker en groener gebied met varens en bamboe. Iets later domineren vooral watervallen het landschap.

Allemaal leuk

Onderweg is het relaxt. De hele dag door ontstaan leuke gesprekken. Soms duren ze uren, soms minuten, soms houdt het na een paar woorden op. Alles is goed. Harry en Santosh lopen vrijwel altijd samen en iets voor of achter ons. Deep en wij lopen praktisch altijd bij elkaar. Wanneer de afstanden tussen ons iets te groot worden, of we elkaar al lang niet meer hebben gezien, wachten we even op elkaar.

Leven in de bergen

Vandaag loop ik een heel stuk met Deep. Hij vertelt dat kinderen in de bergen trouwen wanneer ze 14 of 15 jaar oud zijn. Niet veel later krijgen ze kinderen. Ik vraag of dat niet erg jong is maar hij zegt dat kinderen in de bergen op jonge leeftijd al veel meer verantwoordelijkheid dragen dan wij gewend zijn en dus ook sneller volwassen zijn. Eenmaal getrouwd, verlaten meisjes hun ouderlijk huis en gaan zij bij de schoonfamilie inwonen. Iedereen in één huis, dus inclusief ouders en eventuele overgrootouders, die ze kunnen raadplegen bij moeilijke vragen.

Ook vertelt hij dat vrouwen in de bergen problemen hebben met het schoonhouden van zichzelf tijdens de menstruatie. Hier wordt weinig over gesproken maar het brengt de nodige problemen met zich mee.

Koude douche

Rond 16.00 uur komen we aan in Chumling. Het is nog licht en niet stervenskoud dus ik spoel mezelf af onder de koude kraan op de wc. Niet heel aanlokkelijk, ‘douchen’ boven een hurktoilet met remspeuren in alle tinten bruin, maar er is stromend water dus we klagen niet. Zo gaat het eigenlijk aldoor. En dat is, denk ik, ook het belangrijkste. Wanneer je niets verwacht, is alles goed. Daarnaast kun je alles omdenken. Zo is het na een koude douche des te lekkerder om je kleren weer aan te trekken. 😉

Tibetaanse dames aan het werk
Bergmeisje, Manaslu en Tsum Valley trekking
Prachtige bergen nabij Chumling

Dag 6 – 19 december: Chumling naar Lamagaun (3302m)

We vertrekken wederom later dan gepland. Deep grapt dat hij op ons moet wachten maar dat is helemaal niet het geval. Negen van de tien keer wachten we op hem wachten. Wij staan nagenoeg altijd stipt op het afgesproken tijdstip klaar. Op dat moment moet hij nog wakker worden, de rekening betalen en praatjes maken. Het is de Nepalese levensstijl. Ze maken zich niet zo druk.

Tibetaans boeddhisme

Vandaag lopen we voornamelijk langs de berg richting het noorden. We wandelen door veel leuke dorpjes en het Tibetaanse boeddhisme is steeds meer zichtbaar. Overal zien we grote stenen met O Mani Padme Hum mantra’s, gebedsvlaggen, stoepa’s en mensen in traditionele Tibetaanse kleding. Ik realiseer me dat we al een tijdje geen ezel meer zijn tegengekomen. Die had ik niet gemist. Lekker rustig.

Leuke lunch

We lunchen bij een jong stel in Chukhum Paro. Ze hebben een klein kindje die in een wiegje op de zonovergoten binnenplaats ligt. Door het wasgoed aan de waslijn ligt het mannetje toch in de schaduw. De grond is bedekt met stro en overal lopen puppies. Ze hebben net een nestje want de beestjes zijn nog heel erg klein. We horen Jacobyn al denken, ‘Oh my God, it’s a fluffy!’ We zetten vier stoeltjes klaar, trekken onze bergschoenen uit en genieten van het gezellige familieleven op het binnenpleintje, met een prachtig uitzicht op de wit besneeuwde bergtoppen voor ons.

Slapen bij Tibetaanse familie

‘s Middags hebben we een fantastisch uitzicht op Ganesh Himal. Omdat het winter is en dus koud, trekken veel mensen in deze periode uit de bergen naar lager gelegen gebieden. Veel tea houses zijn gesloten en sommige dorpen zelfs volledig onbewoond. Om deze reden slapen we vannacht bij een lokale familie in Burgi, vlakbij Lamagaun. Superleuk. In een echt Tibetaans huis met vuur om op te koken. Het laatstgenoemde maakt ons blij want het is koud ’s avonds. Een beetje warm zitten is dus een cadeautje.

Milarepa Cave

Vandaag verliest Deep z’n geloofwaardigheid. 😉 Hij heeft ons naar een grot gelokt (om de voetafdruk van Boeddha te aanschouwen 🙈). We hadden allemaal geen zin maar hebben ons toch laten overhalen. Ik vroeg nog, ‘Is het de moeite waard?’ Hij antwoordde, ‘So so’. Ok, vooruit… nu we er toch zijn. Toen moesten we 300 rupee betalen, duurde het een uur voordat we vertrokken en was het bijna donker voor we er waren. Ik werd superchagrijnig van zijn flauwe grapjes en was er even helemaal klaar mee. Stomme grot, niks te zien, zonde van de tijd. Dat wist hij van tevoren ook wel.

Tibetaans boeddhistische stoepa, Tsum Valley
O Mani Padme Hum mantra’s op stenen en rotsen
Tsum Valley, Chumling to Lamagaun
Kindjes in Tsum Valley

Dag 7 – 20 december: Lamagaun naar Mu Gumpa (3709m)

Om 07.00 gaat de wekker en rond 08.30 vertrekken we richting Mu Gumpa. Iedere keer weer verrassend hoe lang we er over doen voordat we daadwerkelijk vertrekken. Vanmorgen was het lekker warm en gezellig in het Tibetaanse keukentje van de familie. En ik blijf me verbazen over hoe snel ze een lekker ontbijt weten klaar te maken op maar één vuurtje.

Voordat we vertrekken poetsen we netjes onze tanden bij de kraan op de binnenplaats. Ik vroeg me af waarom kranen hier altijd stromen en ze er stukjes stof aan bevestigen. Dat is dus tegen bevriezen en het geluid van stromend water. Weer iets geleerd.

Totale rust

Licht stijgend lopen we verder de vallei in. Uitzichten zijn minder dan gister maar nog altijd de moeite waard. Wat ik vooral waardeer aan Tsum Valley is de rust. Er is werkelijk niets. Geen verkeer, geen pakezels, geen geluid, geen niks. Af en toe komt een willekeurige voorbijganger ons tegemoet maar daar houdt het mee op. Er zijn ook geen toeristen. Weet je hoe leuk dat is? Hier leven hier kan niet anders dan goed voor je zijn. De lucht is zo zuiver en fris. Verder loop ik lekker, geniet van de gesprekken onderweg en het feit dat ik dit mag doen. Voel me top.

Slapen in een klooster

Vanavond slapen we in Mu Gumpa, een klooster in de bergen vlakbij de Tibetaanse grens. Dit vinden we allemaal superleuk want niemand van ons heeft ooit eerder in een klooster geslapen. Een probleem. De monniken die vanwege de winter naar beneden zijn (vijftien van de twintig), hebben hun kamersleutels meegenomen. Er zijn nog een paar ‘hokjes’ vrij. Gelukkig! De slaapplekjes zijn primitief. We slapen letterlijk op een plank. Maar we hebben een dak boven ons hoofd dus het is prima.

s’ Nachts is het overigens ijskoud. Jacobyn en ik doen geen oog dicht. Maar de mannen hebben een rat op hun kamer. Dan heb ik het toch liever koud haha.

Huis van de monnik

In de avond gaan we op zoek naar de dining, zoals Deep het noemt. Jacobyn en ik lopen het hele klooster af maar de dining is onvindbaar. Plots komt de monnik tevoorschijn uit een soort van verscholen boekenkast. Hierachter bevindt zich een deur die leidt naar een piepklein hokje waar hij leeft. Ongeveer 9m2 en volledig zwartgeblakerd door de rook van het fornuis. We strijken neer op zijn bed (lees: plank) waar we na een beetje squeezen met z’n allen net oppassen. Best experience so far!

Eenzaam bestaan?

De monnik zelf zit op een krukje naast het vuur. Nederig te zijn in z’n eigen stulpje. Hij verstaat ons niet maar aan z’n gezicht zie ik dat hij onze gesprekken probeert te volgen. Wanneer we hem aankijken lacht hij bescheiden. Ik vermoed dat hij het best leuk vind om gezelschap te hebben. Het is hier stil, afgelegen en rustig. Ik kan me voorstellen dat het soms een behoorlijk eenzaam bestaan is.

Goede rolverdeling

Ondertussen schillen Jan-Pieter en Deep de aardappelen. Harry Porter en Santosh zijn druk met andere voorbereidingen voor de dal bhat en Maurice, Jacobyn en ik schrijven onze reisverhaaltjes en drinken thee. Een uitstekende rolverdeling als je het mij vraagt. 🙂 Na het eten, rond 21.00 uur schopt de monnik ons uit z’n holletje. Hij wil slapen. Begrijpelijk maar jammer. Het is hier zo knus, authentiek en gezellig. Zo’n momentje waarop je van tevoren hoopt.

Jacobyn bij Tibetaanse boeddhistische stoepa
Tibetaans jongetje in Nile
Onderweg naar Mu Gumpa, Tibetaans boeddhistisch klooster
Het stulpje van de monnik

To be continued…

Iets gemist? In deel 1 stel ik je voor aan de Manaslu-gang, in deel 3 en 4 lees je over week 2 en week 3 van onze Manaslu en Tsum Valley trekking in Nepal.

3 gedachtes aan “TRAVEL | Manaslu en Tsum Valley trekking 2/5: Eerste weekje

  1. Pingback: TRAVEL | Manaslu en Tsum Valley trekking 3/5: in de flow | Wanderworld

  2. Pingback: TRAVEL | Manaslu en Tsum Valley trekking 4/5: Terug naar af | Wanderworld

  3. Pingback: TRAVEL | Manaslu en Tsum Valley trekking 1/5: even voorstellen | Wanderworld

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.